Paragraaf 3. Verantwoordelijkheid.


De coach neemt door het aangaan van een coachingsrelatie verplichtingen op zich en zal op verantwoorde wijze coachen. De coach heeft de intentie zich aan de volgende gedragsregels te houden:

  1. De coach onderkent de uitstraling die inherent is aan zijn positie en beseft dat hij of zij zowel bewust als onbewust invloed uit kan oefenen op de coachee en mogelijk ook op derden. Daarom is hij of zij bedachtzaam in zijn of haar handelen en voorzichtig met het doen van uitspraken.
  2. Een coach bevordert het welzijn van de gemeenschap in het algemeen.
  3. De coach kent zowel de beperkingen van zijn of haar beroep als ook de grenzen van zijn of haar persoonlijke competenties en zorgt ervoor dat hij deze niet overschrijdt.
  4. Een coach is zich bewust van zijn of haar persoonlijke waardigheid en heeft inzicht in de invloed daarvan op de uitoefening van zijn of haar beroep.
  5. Een coach aanvaardt waar nodig samenwerking met andere coaches en professionals, bijvoorbeeld indien in teamverband gewerkt moet worden aan grote projecten.
  6. De coach houdt altijd de ontwikkeling en het belang van de gehele persoon van de coachee in gedachten en zal niets ondernemen dat een onevenwichtige of disharmonische ontwikkeling ten gevolge kan hebben.
  7. De coach maakt de bevrediging van eigen emotionele – en of andere behoeften niet afhankelijk van de relatie met een coachee.
  8. De coach gaat gedurende een coachingsrelatie intieme of seksuele relaties aan met een coachee aan.
  9. De coach zal nooit misbruik maken van zijn of haar machtspositie.